Regelgeving

LAP3: het Landelijk Afvalbeheerplan en FM

Het Landelijk Afvalbeheerplan (LAP3) is het overkoepelende beleidskader voor afvalbeheer in Nederland. Het bepaalt per afvalstroom de minimumstandaard voor verwerking en stuurt daarmee de gehele afvalketen aan. Voor facility managers is het LAP3 de achtergrond waartegen afvalcontracten en verwerkingskeuzes worden gemaakt.

Nederlandse context

Het LAP3 is opgesteld door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en geldt voor de periode 2017-2029. Het plan bevat 85 sectorplannen die per afvalstroom de minimumstandaard vastleggen: nuttige toepassing heeft voorrang boven verwijdering, en recycling boven energieterugwinning. Provincies en gemeenten zijn gebonden aan het LAP bij het verlenen van omgevingsvergunningen voor afvalverwerking. De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) houdt rijksbreed toezicht.

Kernbegrippen

Minimumstandaard
De laagst toelaatbare verwerkingsmethode per afvalstroom volgens het LAP3; verwerkers mogen niet lager dan deze standaard verwerken.
Sectorplan
Onderdeel van het LAP3 dat voor één specifieke afvalstroom de beleidskaders, minimumstandaarden en verwerkingscapaciteit beschrijft.
Nuttige toepassing
Verwerking waarbij afval als grondstof wordt ingezet ter vervanging van primaire materialen; in het LAP hoger gerangschikt dan verwijdering.
Afvalhiërarchie
De rangorde van preventie, hergebruik, recycling, energieterugwinning en storten; het LAP3 vertaalt deze hiërarchie naar concrete normen.
Zelfvoorzieningsbeginsel
LAP-principe dat Nederland zelf voldoende verwerkingscapaciteit moet hebben voor het eigen afvalaanbod.

Wat de wet vereist

Het LAP3 is bindend voor overheden bij het verlenen van vergunningen en het beoordelen van verwerkingswijzen. Als ontdoener bent u verplicht uw afval af te geven aan een verwerker die ten minste de minimumstandaard uit het LAP haalt. Concreet betekent dit dat u bij het afsluiten van een afvalcontract moet controleren of uw inzamelaar het afval op de juiste wijze laat verwerken.

Voor kantoorafval zijn de relevante sectorplannen onder meer: papier en karton (minimumstandaard: recycling), kunststof verpakkingen (recycling), organisch afval (compostering of vergisting), hout (hergebruik of recycling), glas (recycling) en restafval (verbranding met energieterugwinning). Storten van deze stromen is niet meer toegestaan.

In de praktijk selecteert u uw afvalverwerker op basis van transparantie over de verwerkingswijze. Vraag bij aanbesteding naar het verwerkingspercentage per stroom en naar certificeringen. Een verwerker die aantoonbaar boven de minimumstandaard presteert, draagt meer bij aan uw duurzaamheidsdoelen en kan dit onderbouwen met rapportages die u in uw eigen verslaggeving kunt gebruiken.

Verwante onderwerpen