Concept

Zero waste to landfill: strategie voor FM-organisaties

Zero waste to landfill (ZWTL) is de ambitie om geen enkel restproduct naar de stortplaats te laten gaan. In Nederland wordt vrijwel al het restafval verbrand met energieterugwinning, waardoor 'zero to landfill' technisch al bijna is bereikt. De echte uitdaging zit in de volgende stap: zero waste, ofwel het minimaliseren van de totale afvalproductie.

Nederlandse context

Nederland heeft sinds 1995 een stortverbod voor brandbaar en recyclebaar afval. Hierdoor eindigt minder dan 2 procent van het Nederlandse afval op de stortplaats, tegenover het EU-gemiddelde van circa 24 procent. Dit maakt ZWTL in Nederland meer een hygiënefactor dan een ambitie. De werkelijke uitdaging is het reduceren van de totale afvalproductie en het verhogen van de recyclinggraad. Het VANG-programma (Van Afval Naar Grondstof) stuurt op 75 procent scheiding bij huishoudens; voor bedrijven bestaan vergelijkbare streefwaarden.

Kernbegrippen

Zero waste to landfill
Doelstelling dat geen afval op een stortplaats eindigt; in Nederland al grotendeels bereikt door het stortverbod en de verbrandingsinfrastructuur.
Zero waste
Ambitieuzere doelstelling om de totale afvalproductie naar nul te brengen door preventie, hergebruik en volledige recycling.
Diversion rate
Het percentage afval dat wordt omgeleid van stortplaats of verbranding naar recycling of hergebruik.
Preventie
Het voorkomen dat afval ontstaat, de hoogste stap op de afvalhiërarchie; effectiever dan scheiden of recyclen.
Reststroomminimalisatie
Het systematisch verkleinen van de onvermijdelijke reststroom die overblijft na alle preventie- en scheidingsmaatregelen.

Hoe het werkt

In de Nederlandse context verschuift de focus van 'niets storten' naar 'zo min mogelijk verbranden'. Verbranding met energieterugwinning is beter dan storten, maar staat laag op de afvalhiërarchie. Het doel is om steeds meer materiaalstromen om te leiden naar recycling en hergebruik.

Een ZWTL-strategie voor FM werkt in drie lagen. De eerste laag is preventie: minder inkopen, langere gebruiksduur, digitalisering van papierstromen. De tweede laag is maximale scheiding: elke stroom die recyclebaar is, moet gescheiden worden. De derde laag is het zoeken naar verwerkingsalternatieven voor de reststroom: kan het materiaal alsnog worden gerecycled via een gespecialiseerde verwerker? Zijn er industrial symbiosis-partners die het materiaal kunnen gebruiken?

Zet een realistisch traject uit. Begin met het in kaart brengen van je huidige diversion rate. Stel een doel: bijvoorbeeld 90 procent recycling binnen drie jaar. Werk per stroom een plan uit en monitor maandelijks. ZWTL is een richting, geen eindpunt. Elke procentpunt dichter bij nul restafval vergt meer inspanning, maar elke stap levert ook meer inzicht en betrokkenheid op.

Verwante onderwerpen