Scope 1, 2 en 3 rapportage voor FM-organisaties
Het GHG Protocol deelt broeikasgasemissies in drie scopes in. Voor facility managers is deze indeling essentieel bij het rapporteren over de milieuprestatie van gebouwen en diensten. Met de CSRD wordt scope-rapportage voor steeds meer organisaties verplicht.
Nederlandse context
De Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD) verplicht grote ondernemingen vanaf boekjaar 2024 om over alle drie scopes te rapporteren conform de European Sustainability Reporting Standards (ESRS). De CO₂-Prestatieladder van SKAO schrijft scope 1 en 2 rapportage voor en stimuleert scope 3 vanaf trede 4. De Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) houdt toezicht op ETS-bedrijven. RVO publiceert emissiefactoren voor de Nederlandse energiemix.
Kernbegrippen
- Scope 1
- Directe emissies uit bronnen die de organisatie bezit of controleert, zoals aardgasverbranding in eigen ketels en brandstof voor het eigen wagenpark.
- Scope 2
- Indirecte emissies uit de opwekking van ingekochte elektriciteit, stoom, warmte of koeling die de organisatie verbruikt.
- Scope 3
- Alle overige indirecte emissies in de waardeketen, zoals woon-werkverkeer, ingekochte diensten, afvalverwerking en zakelijk verkeer.
- GHG Protocol
- Internationaal geaccepteerd raamwerk voor het meten en rapporteren van broeikasgasemissies, ontwikkeld door WRI en WBCSD.
- Market-based methode
- Scope 2-berekeningsmethode die rekening houdt met contractuele afspraken (GvO's, PPA's) over de herkomst van stroom.
- Location-based methode
- Scope 2-berekeningsmethode die de gemiddelde emissiefactor van het regionale elektriciteitsnet gebruikt.
Wat de wet vereist
De CSRD verplicht rapportage over alle drie scopes conform de ESRS-standaarden. Dit geldt vanaf boekjaar 2024 voor beursgenoteerde bedrijven met meer dan 500 medewerkers, en wordt geleidelijk uitgebreid naar alle grote en middelgrote ondernemingen. Ook als uw organisatie niet direct onder de CSRD valt, kunt u via de keten worden gevraagd om emissiedata aan te leveren aan klanten die wel rapportageplichtig zijn.
Voor scope 1 rapporteert u directe emissies: gasverbranding in ketels, koelmiddellekkage uit klimaatinstallaties en brandstof van eigen voertuigen. Gebruik de emissiefactoren van RVO of het GHG Protocol. Scope 2 rapporteert u volgens zowel de location-based als de market-based methode. Dit onderscheid is relevant: als u een PPA of GvO's heeft, verlaagt de market-based methode uw scope 2, maar de location-based methode niet.
Scope 3 is het meest omvangrijk en complex. Voor FM-organisaties zijn de belangrijkste categorieën: woon-werkverkeer van medewerkers, zakelijk verkeer, ingekochte goederen en diensten (schoonmaak, catering, onderhoud) en afvalverwerking. Begin met de categorieën die het meest materieel zijn en bouw de rapportage geleidelijk uit.
Verwante onderwerpen
- CO₂-reductiepad uitzetten voor een FM-organisatie
- Wat is energiemanagement in facility management?
- ISO 50001: het energiemanagementsysteem voor FM-organisaties
- Paris Proof: een gebouwenportefeuille in lijn met het Parijsakkoord
- Energieaudit type 2: verplichtingen voor grote ondernemingen in Nederland
Volg het laatste nieuws over dit onderwerp via Energiemanagement op FM Radar →