Instrument

Impactmeting voor sociaal ondernemen in FM

Impactmeting gaat verder dan het tellen van aantallen: het meet of de sociale interventie daadwerkelijk verschil maakt in het leven van mensen. In FM-context gaat het om de vraag of de geplaatste medewerkers groeien, of ze doorstromen naar regulier werk en of de sociale investering maatschappelijke baten oplevert. Zonder impactmeting is social value een goed verhaal zonder bewijs.

Nederlandse context

In Nederland zijn meerdere impactmeetinstrumenten beschikbaar. De PSO (Prestatieladder Socialer Ondernemen) meet het aandeel kwetsbare medewerkers. De SROI-methode berekent maatschappelijke waarde in euro's. Het Verwey-Jonker Instituut heeft een specifieke meetmethode ontwikkeld voor sociale werkgelegenheid. Movisie publiceert handreikingen voor impactmeting in het sociaal domein. De CSRD vereist onder ESRS S1 rapportage over eigen werknemers, inclusief diversiteits- en inclusie-indicatoren.

Kernbegrippen

Impactmeting
Het systematisch meten van de daadwerkelijke maatschappelijke verandering die een interventie teweegbrengt, gecorrigeerd voor externe factoren.
Verandertheorie
De logische redenering die beschrijft hoe activiteiten (werkplekken bieden) via outputs (arbeidsuren) leiden tot outcomes (zelfstandigheid) en impact (minder uitkeringen).
Counterfactual
De hypothetische situatie waarin de interventie niet had plaatsgevonden; nodig om het netto-effect te bepalen.
Mixed methods
Combinatie van kwantitatieve data (aantallen, euro's) en kwalitatieve data (interviews, verhalen) voor een compleet beeld van de impact.
Impactindicatorenset
Een standaardset van indicatoren die organisaties in dezelfde sector gebruiken om hun sociale impact vergelijkbaar te meten.

Toepassing in de praktijk

Kies een impactmeetmethode die past bij de omvang van je activiteiten en de informatiebehoefte van je stakeholders. Voor de meeste FM-organisaties is een pragmatische aanpak effectiever dan een academisch zuivere methodiek.

Op basisniveau registreer je de output-indicatoren: aantal geplaatste medewerkers uit de doelgroep, aantal gewerkte uren, aantal gevolgde opleidingen, uitstroompercentage naar regulier werk. Deze data haal je uit je HR-systeem en de rapportages van jobcoaches. Dit is het minimumniveau voor social return-verantwoording.

Op verdiepend niveau voer je halfjaarlijks outcome-gesprekken met de geplaatste medewerkers. Gebruik een gestandaardiseerde vragenlijst die aspecten meet als werkplezier, zelfvertrouwen, financiële zelfstandigheid en sociale contacten. Combineer de kwantitatieve scores met kwalitatieve verhalen: wat heeft de werkplek voor deze persoon betekend? Deze verhalen zijn krachtig in communicatie naar opdrachtgevers en management. Voor de CSRD-rapportage vertaal je de outcome-data naar de ESRS S1-indicatoren over diversiteit en arbeidsomstandigheden.

Verwante onderwerpen