Regelgeving

Evacuatiebeheer en toegangssystemen

Bij een evacuatie moeten alle deuren snel en veilig geopend kunnen worden, terwijl het toegangssysteem tegelijkertijd informatie kan leveren over wie zich in het gebouw bevindt. De integratie van toegangscontrole en evacuatiebeheer is een wettelijke verplichting en een operationele noodzaak.

Nederlandse context

Het Besluit bouwwerken leefomgeving (opvolger Bouwbesluit 2012) stelt eisen aan vluchtwegen en nooduitgangen. De Arbowet verplicht werkgevers tot een bedrijfshulpverleningsorganisatie (BHV). De NEN 4000-serie beschrijft eisen aan ontruimingsinstallaties. De brandweer kan bij een inspectie controleren of nooddeuren vrij zijn en of het ontruimingsalarm correct functioneert. Het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen stelt aanvullende eisen voor gebouwen met een publieksfunctie.

Kernbegrippen

Fail-safe deur
Deur die bij stroomuitval automatisch ontgrendelt. Verplicht voor vluchtwegen en nooduitgangen.
Fail-secure deur
Deur die bij stroomuitval vergrendeld blijft. Toegepast bij ruimtes waar beveiliging belangrijker is dan evacuatie, mits een alternatieve vluchtroute beschikbaar is.
Ontruimingssignaal
Het signaal dat het toegangssysteem ontvangt om alle vluchtwegdeuren te ontgrendelen. Moet binnen seconden na activering effectief zijn.
Presentielijst
Overzicht van personen die op een bepaald moment in het gebouw aanwezig zijn, afgeleid uit toegangslogdata. Bruikbaar als check bij de verzamelplaats.
BHV (bedrijfshulpverlening)
Organisatie binnen een bedrijf die bij calamiteiten eerste hulp verleent, brand bestrijdt en ontruimt. De Arbowet verplicht elke werkgever tot BHV.

Wat de wet vereist

Het Besluit bouwwerken leefomgeving schrijft voor dat vluchtwegen te allen tijde vrij en bruikbaar moeten zijn. Deuren in vluchtwegen mogen niet zodanig zijn vergrendeld dat ze bij een calamiteit de vlucht belemmeren. In de praktijk betekent dit dat toegangsgecontroleerde deuren in vluchtwegen fail-safe moeten zijn: bij stroomuitval of bij een ontruimingssignaal moeten zij automatisch ontgrendelen.

Het toegangscontrolesysteem moet zijn geïntegreerd met de brandmeldinstallatie. Bij een brandalarm stuurt de brandmeldcentrale een signaal naar het toegangssysteem, dat alle vluchtwegdeuren ontgrendelt. Deze koppeling moet worden getest bij de jaarlijkse keuring van de brandmeldinstallatie (NEN 2654-1) en bij elke ontruimingsoefening.

Een waardevolle nevenfunctie is de presentielijst. Het toegangssysteem weet welke passen het gebouw zijn binnengekomen en welke zijn uitgelogd. Bij een ontruiming kan deze lijst worden vergeleken met de telling op de verzamelplaats om te controleren of iedereen buiten is. De betrouwbaarheid is beperkt — niet iedereen logt uit bij vertrek — maar het biedt een bruikbare indicatie voor de brandweer en de BHV-coördinator.

Verwante onderwerpen