Praktijk

Desinfectiemiddelen in de zorg: selectie en toepassing

De keuze van desinfectiemiddelen is bepalend voor de effectiviteit van ziekenhuisreiniging. Een verkeerd middel, verkeerde concentratie of onvoldoende inwerktijd maakt desinfectie zinloos. FM-professionals moeten de basisprincipes kennen om verantwoord in te kopen en aan te sturen.

Nederlandse context

In Nederland moeten desinfectiemiddelen voor oppervlakken voldoen aan de Europese Biocidenverordening (BPR) en een toelating hebben van het Ctgb (College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden). Het RIVM adviseert over middelen in de zorgcontext. De infectiepreventiecommissie van de instelling stelt het desinfectiebeleid vast.

Kernbegrippen

Werkingsspectrum
Het bereik van micro-organismen waartegen een desinfectiemiddel effectief is: bacteriën, virussen, schimmels, sporen. Niet elk middel werkt tegen alles.
Ctgb-toelating
Verplichte toelating door het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden. Zonder toelating mag een desinfectiemiddel niet professioneel worden toegepast.
Inwerktijd
De minimale tijd die het middel vochtig op het oppervlak moet blijven om effectief te zijn. Staat vermeld op het productlabel en varieert van 30 seconden tot 15 minuten.
Concentratie
De verhouding desinfectiemiddel ten opzichte van water. Een te lage concentratie is onwerkzaam, een te hoge concentratie beschadigt materialen en is onnodig kostbaar.
Organische belasting
Aanwezigheid van bloed, lichaamsvloeistoffen of ander organisch materiaal. Vermindert de werkzaamheid van desinfectiemiddelen sterk, daarom altijd eerst reinigen.

Aanpak stap voor stap

Stel samen met de DIP en medisch microbioloog een middelenlijst op voor de instelling. Beperk het aantal verschillende middelen tot het minimum — idealiter één standaardmiddel voor dagelijkse desinfectie en één middel voor bijzondere situaties (sporendodend, noroviruswerkzaam). Controleer dat elk middel een geldige Ctgb-toelating heeft voor professioneel gebruik op oppervlakken.

Richt het doseerproces foutbestendig in. Gebruik automatische doseersystemen of voorgedoseerde sachets in plaats van handmatig doseren. Markeer sprayflessen met de productinformatie, concentratie en inwerktijd. Hang instructiekaarten bij de doseerpunten met de juiste verdunningsverhouding.

Train reinigingsmedewerkers op drie kernpunten: altijd eerst reinigen dan desinfecteren, de juiste inwerktijd respecteren (niet te vroeg afnemen), en nooit middelen mengen. De meest gemaakte fout is spuiten-en-direct-afvegen — het middel krijgt dan geen kans om te werken. Leg de naleving vast in auditprotocollen en bespreek afwijkingen in het maandelijkse reinigingsoverleg.

Verwante onderwerpen