Blusapparatuur: onderhoud en wettelijke verplichtingen
Draagbare blustoestellen en brandslanghaspels zijn de eerste verdedigingslinie bij een beginnende brand. De wet stelt eisen aan plaatsing, onderhoud en periodieke keuring. Als facility manager moet u de beschikbaarheid en werking van alle blusapparatuur garanderen.
Nederlandse context
In Nederland regelt het Bouwbesluit 2012 wanneer draagbare blustoestellen en brandslanghaspels verplicht zijn. NEN 2559 stelt eisen aan het onderhoud en de periodieke keuring van draagbare blustoestellen. Het onderhoud wordt uitgevoerd door gecertificeerde onderhoudsbedrijven die werken onder het REOB-schema (Regeling Erkend Onderhoudsbedrijf Brandbeveiliging). De Veiligheidsregio controleert bij inspecties of blusapparatuur aanwezig, bereikbaar en gekeurd is.
Kernbegrippen
- NEN 2559
- De Nederlandse norm voor onderhoud van draagbare blustoestellen die de frequentie en inhoud van controles en revisies vastlegt.
- REOB
- Regeling Erkend Onderhoudsbedrijf Brandbeveiliging: het certificatieschema voor bedrijven die blusapparatuur mogen onderhouden.
- Brandslanghaspel
- Een vast opgesteld blusmiddel met een slang van minimaal 20 meter dat is aangesloten op het waterleidingnet voor eerste blusinterventie.
- Jaarlijkse keuring
- De verplichte jaarlijkse controle van draagbare blustoestellen door een REOB-gecertificeerd bedrijf, inclusief weging, druktest en visuele inspectie.
- Revisie
- Een grondige onderhoudsbeurt van een blustoestel die conform NEN 2559 elke vijf tot tien jaar plaatsvindt, afhankelijk van het type.
Wat de wet vereist
Het Bouwbesluit 2012 schrijft brandslanghaspels voor in de meeste utiliteitsgebouwen. De loopafstand tot een haspel mag maximaal 5 meter zijn plus de slanglengte. Draagbare blustoestellen zijn verplicht bij specifieke gebruiksfuncties en risico's. De plaatsing moet zodanig zijn dat elk punt in het gebouw binnen een loopafstand van maximaal 20 meter van een blustoestel ligt.
Het onderhoud is geregeld in NEN 2559. Elk draagbaar blustoestel moet jaarlijks worden gecontroleerd door een REOB-gecertificeerd onderhoudsbedrijf. De controle omvat een visuele inspectie, weging (bij poederblussers), drukcontrole en functietest. Na vijf jaar vindt een revisie plaats waarbij het toestel wordt opengemaakt en inwendig gecontroleerd. CO2-blussers worden elke tien jaar hydrostatisch beproefd.
Brandslanghaspels moeten jaarlijks worden gecontroleerd op waterdruk, slangtoestand en bereikbaarheid. Als facility manager organiseert u deze keuringen via een onderhoudscontract. Zorg dat elk blustoestel een zichtbaar keuringslabel draagt met de datum van de laatste controle. Houd een register bij van alle blusapparatuur met locatie, type, serienummer en keuringshistorie. Bij vervanging of verplaatsing past u het register direct aan. Een verlopen keuring is bij inspectie door de Veiligheidsregio een directe overtreding.
Verwante onderwerpen
Volg het laatste nieuws over dit onderwerp via Brandveiligheidscompliance op FM Radar →