Veel facility managers kiezen BIM-viewers op basis van visuele prestaties, terwijl de operationele waarde volledig afhankelijk is van data-integriteit en exportbepaaldheid. Een recente testmethodiek benadrukt dat metadata-weergave, stabiele API-koppelingen en offline functionaliteit op tablets leidend moeten zijn bij softwareselectie. De aanpak adviseert een gestandaardiseerde 12-punten auditmatrix en het testen met echte, complexe IFC-bestanden in plaats van verkoopdemonstraties. Ook voor Nederlandse FM-afdelingen die BIM-data overzetten naar CAFM-systemen zoals Planon of RIB FM, biedt deze methode houvast om integratiefouten en dure licentiekosten te voorkomen.